Schiedammers & de stad samen aan de slag

Wet maatschappelijk ondernemen, WMO: hoe gaan we voor elkaar zorgen?

De Wet Maatschappelijke Ondersteuning, kortweg WMO, stond op maandag 4 november centraal in de bijeenkomst in wijkcentrum Tuindorp, beter bekend als Het Schooltje. Twaalf Schiedammers en drie ambtenaren spraken o.l.v. gespreksleider Laurens Priester over de gevolgen van de wet voor alle mensen die een steuntje in de rug nodig hebben in de maatschappij.

Allereerst een uitleg: De wet bundelt een heleboel soorten hulp, die eerst in aparte wetten geregeld waren, zoals de Welzijnswet, de Wet voorzieningen gehandicapten en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). De Wmo betreft voorzieningen voor gehandicapten en huishoudelijke hulp, maatschappelijke dienstverlening, mantelzorg en vrijwilligerswerk, vrouwenopvang, het tegengaan van huiselijk geweld, verslavingszorg en opvoedingsondersteuning. Ook gaat de Wmo over sociale samenhang en leefbaarheid in de wijken en andere maatregelen om de stad en de samenleving open en toegankelijk te maken.

De gemeente regelt de ‘maatschappelijke ondersteuning’, maar er wordt ook veel verwacht van de inwoners zelf. Iedereen moet zo lang mogelijk zelfstandig kunnen leven en wonen. Schiedammers moeten voor zichzelf en voor elkaar zorgen, waarbij de gemeente een vangnet vormt en ondersteuning biedt.

WMO-wetgeving gaat sterk veranderen door de bezuinigen van de overheid. De gemeente heeft dus Schiedammers nodig voor het vinden van de juiste beslissingen voor het organiseren van preventie en een deel van de uitvoering.

 

Op de vraag hoe de gemeente Schiedammers meer zeggenschap kan geven over hun eigen leefomgeving, bracht de groep de volgende suggesties naar voren:

Een loket in de wijk maken waar burgers met hun vragen terecht kunnen. Hier kunnen ook werklozen aan het werk komen. Het kunnen leegstaande panden zijn van de gemeente of Woonplus.

– Eef Puijk had van tevoren een toelichtende mail ingestuurd: samenwerkingsverbanden van maatschappelijke organisaties dienen als initiatiefnemers onze gemeenschappelijke doelen te behartigen. Individuen kunnen en moeten aansluitend zelf initiatieven ontplooien die hiertoe bijdragen, activiteiten ondernemen om samen hun eigen wensen in de buurt te realiseren en het eigen netwerk te vergroten. De initiatiefnemers, de trekpaarden of – zo u wilt de stoomboten- activeren, stimuleren en ondersteunen deze ontmoetingen en contacten en verlenen diensten waardoor de burgers er niet alleen voorstaan. Denk bijvoorbeeld aan Dienstverlening, Thuiszorg op maat en Nabuurschap.

Voorstellen in wijkoverleggen meenemen. Bewoners in een panel maken zelf keuzes in maatschappelijke organisaties en soorten dienstverlening in hun wijk en buurt.

– Geef elke wijk een eigen budget.

– Vraag een kleine bijdrage voor bijvoorbeeld vervoer-verzoeken. Zo komen ook de bestaande behoeften naar boven.

– In Amsterdam is er een coöperatie is opgericht die zorgt voor maaltijden, het organiseren van uitjes, etc. De gemeente heeft de faciliteiten geregeld, vrijwilligers draaien het zelf. Het vangnet en de preventie liggen bij de gemeente.

– Hoe krijg je mensen zover dat ze een vraag stellen? Bijvoorbeeld door keukentafel-gesprekken te voeren. Hier komt werk uit voort voor vrijwilligers, de gemeente heeft hierin de taak om de regie te voeren.

– De gemeente heeft een faciliterende rol en mag ideeën toetsen op veiligheid. Maar een gemeente moet initiatieven niet afstraffen door altijd ‘nee’ te zeggen tegen een idee, want dan neemt de gemeente ook altijd de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. Als voorbeeld: Vijf ouders kwamen met een voorstel om zelf het schoolvervoer op te pakken, maar zij werden bang gemaakt door alle regels. De gemeente had ook positief naar de mogelijkheden kunnen kijken.

– Moeilijk is dat er steeds meer regels zijn. Leven is steeds meer een risico.

– Een goed voorbeeld van een mooi project is het project van de ANBO i.s.m. Seniorenwelzijn: als je als vrijwilliger iemand ergens met de auto heenbrengt, krijg je € 5 voor een retourtje en is de auto verzekerd. Dit is een gemeentesubsidie die je als ‘A-Geld’ kunt  oormerken voor WMO-activiteiten.

– In de Gorzen wil men kijken of de ontmoetingsplek, de Bethelkerk, open kan blijven.

Er wordt geprobeerd om allerlei belangstellende partijen bij elkaar te brengen en te kijken hoe deze plek open kan blijven. Wat gebeurt er als niemand dit oppakt. Is er dan geen belangstelling voor? Wie gaat dit organiseren? Hoe zorg je ervoor dat instellingen betrokken blijven bij de zorg van de bewoners? Hoe benader je akelijke partners zoals Woonplus?

 

Op de vraag hoe de relatie tussen de Schiedammers en de gemeentelijke organisatie kan verbeteren, kwamen de volgende voorstellen uit de groep:

Wederkerigheid is belangrijk. Je kunt niet alles op de gemeente schuiven. Iedereen moet zelf ook verantwoordelijkheid nemen.

Betrek de jeugd er al vroeg bij. Denk aan scholen met maatschappelijke stages.

– Werk samen en leg geen regels op.

– Luister goed naar mensen die ‘zeuren’: wat is precies hun probleem? Neem mensen vooral serieus.

– Er vinden vaak wel gesprekken plaats, maar dan stopt de communicatie. Blijf in gesprek met elkaar.

Ambtenaren moeten ‘uit de toren’ komen. Ze hebben veel moeite om naar wijkoverleggen te komen. Je moet als ambtenaar geen dingen toezeggen als je die vervolgens niet opvolgt.

– Je moet als ambtenaar burgers serieus nemen, initiatieven honoreren, en altijd antwoord geven. ‘Nee’ is ook een antwoord.

 

Op de vraag hoe de gemeente de interne en externe dienstverlening kan verbeteren, gaf de groep de volgende suggesties:

– De Gemeentepagina in Het Nieuwe Stadsblad moet terug komen.

– De gemeente moet een wekelijks spreekuur met professionals invoeren.

– Ambtenaren zijn niet altijd op de hoogte van elkaars activiteiten. Het is niet altijd duidelijk wie met wat en waar bezig is.

– De gemeente moet open communiceren: waar liggen de problemen en waar moeten we heen? Wat verwachten we van andere partijen, zoals bijvoorbeeld de burgers?

– Je moet alles ook heel veel communiceren. En dan nog zal niet iedereen op de hoogte zijn.

– Je moet de ‘Sleepboten’ zichtbaar maken, dan zullen de ‘trekpaarden’ volgen!

 

In het kader van de WMO kwamen de volgende ideeën naar voren:

– Maak een platform voor een digitaal loket.

– Vraag aan Schiedammers om een Ondernemersplan te schrijven voor hun eigen leefomgeving.

– In het verleden was er een groep van 20 personen die ongeveer 500 personen hielpen met het invullen van hun belastingpapieren. Die groep zouden we opnieuw kunnen vormen.

– Je kunt mensen – die regelmatig in de financiële problemen komen – helpen door één maal per jaar een soort financiële ‘apk-keuring’ te doen. Je kunt dan de financiën van deze personen checken, adviseren waarop ze kunnen bezuinigen, etc. De gemeente kent de adressen van deze mensen en kan hierin een faciliterende rol spelen.

– Er zou een soort marktplaats met vraag en aanbod moeten komen, Schiedams breed.

– Er wordt een informatiekrant over de WMO huis-aan-huis in Schiedam verspreid. Deze krant moet leiden tot interactie met de hele stad. De groep stelt voor om een aantal weken na de verspreiding van de krant wederom een bijeenkomst te plannen om de plannen door te nemen.