Schiedammers & de stad samen aan de slag

Minister Plasterk praat mee over de DOE-Democratie

Op maandag 28 oktober spraken 22 Schiedammers en ambtenaren samen over ‘Eigen beheer’. Bijvoorbeeld eigen beheer van wijk- en buurtcentra door vrijwilligers. Gespreksleider Annemiek Verzijl, medewerkster van de gemeente Schiedam, kreeg halverwege het gesprek een bijzondere extra gast, want Minister Plasterk schoof aan.

Plasterk-1331

Minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bezocht maandag 28 oktober Schiedam. Hij werd ontvangen door burgemeester Cor Lamers en wethouder Mario Stam en maakte kennis met diverse burgerparticipatie-projecten in de stad. Hij schoof om 15.00 uur twintig minuten aan bij de brainstormsessie aan de Hoogstraat 85, bekend als ‘het gele pand’. Meer dan twintig ambtenaren en Schiedammers spraken daar samen over ‘Eigen beheer’ van wijk- en buurtlocaties. Minister Plasterk liet zich lovend uit over het initiatief en de praktische aanpak van Schiedams DOEN om ambtenaren en Schiedammers tot nieuwe samenwerkingsvormen aan te zetten.

Plasterk-1323

Wethouder Mario Stam legde hem kort uit dat voor Schiedams DOEN elke week minstens één brainstormsessie plaatsvindt in een wijk. Vanaf 25 september er door een paar honderd mensen zo al over tal van onderwerpen gesproken die Schiedammers samen met ambtenaren willen verbeteren.

De Doe-Democratie

Minister Plasterk schoof aan bij het gesprek, luisterde aandachtig en vertelde het gezelschap dat in zijn ministerie van Binnenlandse Zaken burgerparticipatie een belangrijk onderwerp is. “Nu de overheid terug moet in omvang, en een stap terug doet in allerlei steun, wordt het steeds belangrijker dat ambtenaren en burgers sámen bepalen hoe zij de maatschappij draaiende kunnen en willen houden. Daarom heb ik ook het boek ‘De Doe-Democratie’ geschreven over maatschappelijk initiatief en sociaal ondernemerschap.” Voor hem is Schiedams DOEN een goed voorbeeld van een praktische aanpak. Hij benadrukte dat het belangrijk is om voorbeelden te delen, en aandacht te blijven vestigen op het belang van samenwerking tussen professionals en vrijwilligers. “De participatiemaatschappij is een gevolg van de verandering van tal van facetten van de overheid. We gaan echt richting een andere maatschappij!”

Plasterk vroeg de aanwezigen wat zij nog wel als steun van het ministerie verwachten. “Genoeg geld om professionals te betalen die ons als vrijwilligers kunnen steunen!”

Heel veel voorstellen

Andere voorstellen die deze middag naar voren kwamen:

  • Burgerallianties zijn heel goed voor Schiedam: professionals kunnen vrijwilligers helpen om het ‘zelf te doen’.
  • Vrijwilligers kunnen ook andere vrijwilligers helpen. Vrijwilligers zijn mensen met kennis op hun eigen gebied. We hebben een databank van (vijwillige) kennis nodig!
  • Zorg voor saamhorigheid tussen oudere en jongere vrijwilligers, en onderzoek hoe professionals hen daarbij kunnen begeleiden.
  • Jongeren hebben het vaak heel druk met hun schoolwerk. Een maatschappelijk gebonden stage moeten ze vaak in hun vrije tijd verrichten. Kunnen we ze wijk- en buurtgebonden inzetten en beter begeleiden?
  • We hebben voor vrijwilligersorganisaties ook mensen nodig met specifieke kennis, zoals IT of boekhouden.
  • Bestuursleden zijn moeilijk te vinden.
  • Wie let er op belangrijke groepen in de samenleving die zich minder goed (kunnen) laten horen? We moeten oppassen dat niet ‘alleen de grootste monden het meeste krijgen’.
  • Als we tot ons 71ste moeten werken, hoe komen we dan nog aan vrijwilligers met vrije tijd? Als je WW krijgt, mag je geen vrijwilligerswerk doen. Anderzijds worden mensen die in de Bijstand zitten, nu door de Sociale Dienst min of meer verplicht om vrijwilligerswerk te doen, waardoor ze soms ongemotiveerd zijn.
  • In Schiedam zijn minstens 20.000 vrijwilligers, van tennisclub tot bewonersvereniging. Stap op ze af! Zij hebben ervaring en kunnen helpen om nieuwe initiatieven van de grond te trekken.
  • Om goed beheer te doen van een pand of initiatief te kunnen doen, moet je een stichting of vereniging oprichten. Dat is veel werk, vergt kennis, en kost geld. Kennis van vrijwilligers schiet daar vaak tekort. Daarbij zouden professionals van de gemeente moeten helpen.
  • Wie betaalt de opstartkosten? denk aan oprichtingskosten van een stichting, bankkosten, kosten voor een horecavergunning. Dat betalen we nu vaak eerst uit eigen zak.
  • De gemeente kan helpen door partijen te helpen verbinden. De gemeente weet bijvoorbeeld: DrieMaasstede wil bijvoorbeeld ouderen helpen en de Scouting wil coaching doen. De gemeente kan vraag en aanbod bij elkaar brengen. De gemeente heeft zojuist een nieuwe databank hiervoor opgezet.
  • Er zijn onder de vrijwilligers veel mensen die het voortouw nemen en automatisch de verantwoording dragen. Op hen komt heel veel neer, ook omdat vrijwilligerswerk geen ‘9 to 5 job’ is. De kans op afbranden is groot.
  • Delegeren en vertrouwen geven vergt lef. Ook in groepen vrijwilligers zouden de voortrekkers taken moeten verdelen. Dat kun je ook leren bij de Vrijwilligers Academie.
  • Veel vrijwilligers zijn ouder. Het bestand verjongt niet en het aantal professionals wordt afgebouwd.
  • Een wijkprocesmanager is nu vaak het eerste aanspreekpunt binnen de gemeente voor burgerinitiatieven. Maar die heeft het vaak al zo druk!
  • Voor goed locatiebeheer heb je verschillende typen vrijwilligers nodig. Van schoonmaak tot boekhouden. Leidinggevenden of coördinatoren zijn moeilijk te vinden. Zij moeten ook met het hart betrokken zijn.
  • In ’t Zimmertje worden taken ‘uitgeruild’. De jongens van de GOM krijgen er altijd koffie, en dweilen in ruil daarvoor.
  • We hebben een vangnet nodig voor alle initiatieven in de stad waaruit je kunt putten als je die specifieke vrijwilliger (even) niet vindt.
  • Nu allerlei buurtcentra dichtgaan, verdwijnen ook meteen allerlei organisaties en activiteiten.
  • Er zijn heel veel eenzame mensen. Vrijwilligers kunnen vaak wel achter de voordeur komen, waar het een professional niet lukt. Er zijn veel eenzame ouderen in flats in de ‘betere wijken’. Zij laten zich uit schaamte niet horen.
  • In Oost is er een seniorencoach actief. Moeten andere wijken zo’n functie ook instellen?
  • Ook veel jongeren zijn heel eenzaam. Cijfers wijzen uit dat eenzaamheid onder jongeren erger is dan onder ouderen.
  • De gemeente wil niet alle professionals op straat zetten. Ze wil professionals behouden om vrijwilligers te steunen: slimmer inzetten, duidelijk maken dat vrijwilligers veel zelf kunnen (meer dan ze vaak zelf weten).
  • Wensen richting ambtenaren: kordate terugkoppeling bij vragen gewenst. Nee is ook een antwoord. Je mag ook zeggen: ik weet het nu nog niet maar ik kom er dàn op terug.
  • Horecavergunningen zijn moeilijk te verkrijgen. Als de ambtenaar op vakantie is, ligt alles stil.
  • Als je de korte lijnen kent, is er wèl veel mogelijk. Dat zou eigenlijk niet zo mogen zijn.
  • Er is een duidelijk gezicht nodig bij de gemeente als aanspreekpunt.
  • Er zou meer betrokkenheid mogen zijn van professionals en ambtenaren bij alle vrijwilligerswerk. Zij zouden soms ook ongevraagd mogen vragen hoe het gaat.
  • De hele maatschappij is 24/7, maar ambtenaren hebben een 9-to-5-mentaliteit en werken niet op vrijdag. Waarom is het Klant Contact Centrum niet een aantal avonden tot 21 uur open, zoals in Zoetermeer?
  • Het meeste vrijwilligerswerk vindt plaats buiten kantooruren.
  • De website van de gemeente is heel ontoegankelijk. Wie iets wil weten, wendt zich dan tot vrijwilligers.
  • Nieuwland heeft een netwerkgroep van mensen die overal vanaf weten. Zij doen eigenlijk een deel van de taken van de ambtenaren.
  • In elke wijk zijn meerdere groepen vrijwilligers actief, maar ze kennen elkaar niet. Hoe zorgen we ervoor dat initiatieven breed bekend worden? Oost en Nieuwland hebben een netwerklunch waar elke partij zich 3 minuten mag presenteren, maar daar wordt ook de helft van de vrijwilligers niet mee bereikt.
  • Stichting Groenoord verhuurt tenten en tafels voor weinig geld, maar dat weet vrijwel niemand.
  • Informatie over de wijk moet via TV voor ouderen beschikbaar blijven. 60% heeft immers nog geen internet. Voor de jongeren is informatie via internet wel handig, want zij kijken weinig TV. De gemeentepagina had niet weg mogen gaan, want een krant is belangrijk. Ook via e-mail bereik je niet iedereen.
  • Stel dat je een halve fte per week hebt voor jouw organisatie, wat laat je diegene dan doen? Manusje van alles, ombudsman, begeleiding van vrijwilligers?
  • Soms onderschatten ambtenaren het niveau van vrijwilligers. Denk aan de discussies over de bedrijfsbusjes in West en Zwembad Zuid. Daar werden de ambtenaren door mondige burgers met heel veel kennis weggeblazen.