Schiedammers & de stad samen aan de slag

‘De samenleving is krachtig genoeg’

Dagblad Trouw bericht: ‘De samenleving is krachtig genoeg’

Decentralisatie zorg RMO: Overheid moet leren omgaan met nieuwe, ondersteunende rol 

Met de samenleving zit het wel snor: daar wemelt het van de mensen die op allerlei gebieden de leefomgeving proberen te verbeteren. Maar de overheid zoekt nog naar haar nieuwe rol, nu burgers meer het heft in eigen hand moeten nemen, en dat ook daadwerkelijk doen.

“We maken ons geen zorgen over de kracht van de samenleving”, zei José Manshanden gisteren. Als lid van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) presenteerde ze het rapport ‘Leren innoveren in het sociale domein’. Zij deed dat te midden van tal van ‘sociale ondernemers’: een serviceplatform voor beginnende mantelzorgers, een kleinschalige woonvorm in Hengelvelde, een Zorgvrijstaat in Rotterdam waar nieuwe vormen worden ontwikkeld van elkaar helpen in de stad. Maar zij zijn nog een onderstroom, geen bovenstroom. En zij worden gehinderd door regels en structuren, aldus de RMO.

Voor de overheid is het volgens Manshanden vooral de vraag, hoe ze met al die ‘burgerkracht’ moet omgaan. Jarenlang was het credo dat bestuurders en ambtenaren moeten ‘loslaten’, maar de RMO stelt dat idee een beetje bij. De overheid kan wel veel overlaten aan burgers, maar tegelijkertijd moet ze die ook actief ondersteunen. Niet doodknuffelen met subsidies en regels, maar initiatieven koesteren en waar nodig een helpende hand toesteken.

Het advies komt nog geen maand voordat de grote decentralisatie-operatie haar beslag moet krijgen. Vanaf 1 januari ligt de verantwoordelijkheid voor de langdurige zorg, de jeugdzorg en arbeidsparticipatie niet langer bij het Rijk, maar bij de 400 gemeenten. Dat brengt veel onzekerheid met zich: mensen weten wat ze hebben maar nog niet wat ze krijgen. Bovendien is er de neiging het huidige systeem heilig te verklaren, aldus Manshanden: “Niks is zo goed als wat we nu hebben.” “Wat je hebt is heel erg prettig”, zei ook staatssecretaris Van Rijn, die het rapport gisteren in ontvangst nam. “We moeten nu heel diep ademhalen. Mensen zeggen: eerst zien, dan geloven.”

De RMO raadt de gemeenten aan die zorgen vooral serieus te nemen, en een omgeving te creëren waarin alle partijen kunnen leren, en fouten mogen maken. Volgens Van Rijn staan gemeenten voor de keuze: of ze worden een nieuw soort indicatieorgaan, dat uitlegt wat wel en niet kan onder de nieuwe regels. Of – en dat ziet hij liever – ze worden een “dienstbare gemeente, die de burger in de ogen kijkt en vraagt: hoe kan ik jou ondersteunen?” Ook Van Rijn houdt er rekening mee dat er na 1 januari dingen gebeuren ‘waar je van baalt’. Bij incidenten gaat hij eerst kijken wat er lokaal is misgegaan. Maar hij gaat ook na of zo’n incident wordt veroorzaakt door een weeffout in het systeem – want dat is dan weer zijn verantwoordelijkheid.

De ambtenaar

Annemiek Verzijl, projectmanager bij de gemeente Schiedam, trekt de stad in om de samenwerking tussen gemeente en inwoners te verbeteren. In Schiedam werken ze niet alleen met burgerparticipatie, ze doen ook aan ambtenarenparticipatie. Burgers en ambtenaren konden in het kader van SchiedamDoen verbeteringen voor de samenwerking voorstellen. Er werden 131 plannen ingediend, de winnaar werd het burgerkennisnetwerk. Inwoners bundelen hun kennis, de gemeente maakt daar gebruik van bij projecten. Verzijl vindt dat een voorbeeld van hoe het moet: gemeenten moeten niet loslaten of overnemen, maar dingen overlaten aan burgers, vertrouwen hebben en niet bij elk incident ‘in de regel-reflex’ gaan. En vooral: accepteren dat het ook wel eens anders gaat dan de ambtenaar het had bedacht.

De beroepskracht

Mario Scheper, begeleider bij Stichting Anton Constandse, werkt als begeleider van psychiatrische patiënten. Sinds enige tijd is hij sociaal ondernemer in een ‘beroepspraktijk’, een team zonder hiërarchie dat hij zelf graag vergelijkt met een huisartsenpraktijk. “Niet het hoofdkantoor bepaalt hoe wij werken, dat doen wij zelf”, zegt Scheper. Door die andere manier van werken kan Scheper veel meer inspelen op de wensen en behoeften van de cliënten – en daarmee doen ze precies wat de bedoeling is van de decentralisatie. Een voorbeeld: een cliënte wilde de schoonmaak doen, tegen vergoeding. Vroeger kon Scheper alleen maar ‘nee, dat mag niet’ zeggen. Nu kan dat wel; de vrouw voelt zich nuttig en het kost ook nog eens minder dan het schoonmaakbedrijf. “We denken breder en creatiever. Ik heb meer plezier in mijn werk, en dat komt ook de cliënt ten goede.”

De samenleving

Matthijs Huis in ’t Veld, van zorgvoorelkaar.com Vanuit zijn achtergrond als bedrijfskundige vond Huis in ’t Veld het heel gewoon om met een online-platform te beginnen, “maar in het sociaal domein is dat nog heel erg wennen”, zegt hij nu, vier jaar na oprichting van de marktplaats waar vrijwilligers worden gekoppeld aan mensen die hulp nodig hebben. Zorgvoorelkaar werkt inmiddels samen met 32 gemeenten, en er zijn 4000 ‘matches’ tussen buurtgenoten. Mensen willen graag wat doen, merkt In ’t Veld, maar ze voelen zich niet aangetrokken tot regulier vrijwilligerswerk. Vragers hebben vooral behoefte aan contact, klusjes in en om het huis, boodschappen doen en andere dingen die mantelzorgers ontlasten. Zorgvoorelkaar kwam juist gisteren met een persbericht dat gemeenten nog niet voorbereid zijn op de ‘tsunami’ die afkomt op de informele zorg.

Nog vier weken, dan gaan veel zorgtaken van het Rijk naar de gemeenten en vrijwilligers.

Social Media

We houden u graag op de hoogte van SchiedamsDOEN.